‘Mijn hart is gebroken, ik weet niet of ik mijn familie nog ga terugzien’: een Palestijnse Belg die net terug is uit Gaza getuigt

Salama Alshaer vertrok in september naar Gaza om na tien jaar zijn vader terug te zien, een maand later kwam hij in een hel terecht. Sinds deze week zijn de Palestijns-Belgische man en zijn gezin weer in ons land. ‘Ik dacht niet aan mezelf, ik was bang voor mijn vrouw en kinderen.’

“Mijn vader huilde”, zegt Salama Alshaer, die al tien jaar in ons land woont en drie maanden geleden voor het eerst zijn familie in Gaza terugzag. Het was een reis die hem heel wat moeite kostte om te organiseren. Maar hij wilde zijn vader zien, die vorig jaar zwaar ziek was. “Het zou trouwens de eerste keer zijn dat mijn kinderen hun grootvader ontmoetten”, zegt Alshaer.

De Gazaanse familie, die in de oostelijke stad Khan Younis woont, organiseerde een klein feestje voor hen. Alshaer moet even op zijn vingers tellen hoeveel broers en zussen hij nu weer heeft in de stad: het zijn er twaalf. Het weerzien was heel emotioneel, vertelt Alshaer. Hij werd er ook opnieuw geconfronteerd met hoe moeilijk het leven is in de kuststrook, die al meer dan vijftien jaar kreunt onder een blokkade.

“Er zijn veel jongeren die geen werk hebben en niet vooruit geraken in het leven”, zegt Alshaer. “Ik ken mensen van 40 die willen trouwen en een gezin willen stichten, maar er de middelen niet voor hebben. Ik zag de pijn in de mensen hun ogen. Door de omstandigheden word je er sneller oud. Als je iemand van 18 tegenkomt, ziet hij er makkelijk 25 uit.”

Maar al bij al ging het voor de oorlog nog goed. Winkeluitbaters konden zonder problemen hun zaak runnen, de Gazanen konden buitenkomen en hadden genoeg te eten. Een heel verschil met wat er zou volgen in de weken na 7 oktober, toen bij de verrassingsraids van Hamas zo’n 1.200 Israëliërs werden gedood. De inval begon om vijf uur ’s ochtends, Alshaer werd twee uur later wakker.

“We konden raketten en bombardementen horen”, zegt Alshaer. “Er was sprake van Hamas-strijders die Israël waren binnengedrongen, maar we wisten niet precies wat er aan de hand was. Ik heb het zelf later via het nieuws vernomen. Mijn eerste reflex was: ik moet een oplossing zoeken om met mijn vrouw en kinderen de grens over te geraken.”

Maar veiligheid kwam met een prijs. Fixers die connecties hebben met de Egyptische autoriteiten, konden een oversteek regelen. Maar dat zou dan wel 700 dollar per persoon kosten. Geld dat hij op dat moment niet had. Enkele dagen later bombardeerden de Israëliërs Rafah en ging de grenspost dicht, waardoor de uitweg voor het gezin werd afgesloten. De Israëlische bombardementen gingen in die eerste weken verder in een verschroeiend tempo.

“Als er in de buurt bommen vielen, daverde het huis van mijn vader op zijn grondvesten”, zegt Alshaer. “Ons gezin bleef altijd bij elkaar. Mijn vrouw en ik waren doodsbang, maar we probeerden dat niet te tonen aan de kinderen. We zeiden dat het vuurwerk was dat werd afgeschoten. De bommen vielen willekeurig, wat ons nog meer schrik aanjoeg.

“Zonder waarschuwing werden huizen met kinderen in gebombardeerd. Flatgebouwen van vijf verdiepingen gingen tegen de grond. Tientallen mensen stierven. Ook een moskee in de buurt werd getroffen. Ernaast was een opslagplaats van chemische stoffen voor de landbouw. Door de dampen konden we moeilijk ademen.”

BROOD

De eerste strafmaatregel van Israël was om de blokkade van Gaza nog aan te scherpen. Voedingsmiddelen of brandstof kwamen niet meer binnen. Brood werd alsmaar schaarser en dus duurder. Toen het Israëlische grondoffensief begon op 27 oktober werd Khan Younis overspoeld door vluchtelingen uit het noorden van Gaza. “Telkens als ik eten ging halen, zag ik hen”, zegt Alshaer. “Veel vluchtelingen sliepen in tenten op straat. Het werd steeds moeilijker om aan brood te geraken. We moesten een hele dag wachten om een zak te kunnen kopen. Soms lukte dat zelfs niet.”

Het gezin verdeelde wat het had, zodat iedereen een klein stukje brood kon eten. In de dagen voordat er eind november een wapenstilstand werd afgesproken, was er zelfs helemaal niets meer. Honger dreef de Gazanen tot wanhoop. Alshaer hoorde een oude man, die al dagen niets meer had gegeten, roepen op straat. Door het gebrek aan water en de slechte hygiëne verspreiden infectieziektes zich. “Je moet weten dat iedereen er heel dicht op elkaar zit", zegt Alshaer.

Ondertussen zocht hij nog steeds naar een manier om uit Gaza te vertrekken. Vijf dagen na de aanval van Hamas bracht hij Buitenlandse Zaken op de hoogte. Hij scande identiteitskaarten en reispaspoorten in, maar moest wachten. Toen hij begin november zag dat zo’n vijftig Belgen uit Gaza weg konden, vond hij de namen van zijn gezinsleden in de lijst niet terug. Het wachten was gekmakend.

“Ik stond op het punt om geld te lenen, zodat ik iemand kon betalen om ons de grens met Egypte over te krijgen", zegt Alshaer. “Maar omdat wij Belgische papieren hebben, zeiden mijn familieleden dat ik dat beter niet kon doen. Ik probeerde de ambassade te contacteren, maar de communicatie verliep heel moeilijk. Soms kreeg ik antwoord, soms niet.”

LIJSTEN

Buitenlandse Zaken stelt lijsten met namen op, die het doorgeeft aan de Egyptische en Israëlische autoriteiten. Zij beslissen hoeveel mensen er Gaza kunnen verlaten. De lijsten met namen verschijnen dan online. Het probleem voor wie in Gaza vastzit, is dat Israël sinds de inval ook het internet grotendeels heeft platgelegd.

Elke avond liep Alshaer naar een plek op anderhalve kilometer van het huis, omdat hij daar met zijn smartphone verbinding kon maken. Maar zo'n verplaatsing is in een oorlogszone levensgevaarlijk, zegt hij. Weken gingen voorbij zonder nieuws. Tot hij eind november zag dat de namen van zijn kinderen wel op de evacuatielijst stonden. Hij haastte zich met het gezin naar Rafah.

Daar vroegen de Egyptische grenswachters hun reispassen, die ze pas uren later terugkregen. De boodschap van de Egyptenaren: enkel de kinderen mochten door. “Ik vroeg hen hoe ze de kinderen gingen laten vertrekken zonder hun ouders?”, zegt Alshaer. “Maar het haalde niets uit. De Egyptenaren wezen ons een kamer toe waar we konden slapen. Maar er stond niet eens een bed in. We hebben dan wat stoelen bij elkaar geschoven.”

De volgende dag probeerden Alshaer en zijn echtgenote opnieuw om de Egyptische beambten te overtuigen. Ook Belgische diplomaten gingen met hen praten. Voor het gezin van Alshaer was dat tevergeefs. 89 Belgen zijn op 22 november uit Gaza geëvacueerd, maar voor Alshaer, zijn vrouw en hun twee kinderen zat er niets anders op dan terug te keren naar Khan Younis.

De bombardementen gingen toen door het staakt-het-vuren gelukkig even liggen. In de week waarin de wapens zwegen, kwamen er ook hulpgoederen binnen in Gaza. Maar daarna begon het allemaal opnieuw. Bij deel twee van het Israëlische offensief was Khan Younis het mikpunt. Bommen vielen op de stad, waarna de tanks binnenrolden.

“De Israëliërs schoten projectielen af die over ons huis vlogen en neerkwamen bij het Jordaanse veldhospitaal”, zegt Alshaer. “Uiteindelijk was er ook een ontploffing op honderd meter van ons, waardoor een huis met de grond werd gelijkgemaakt. We konden de rookpluim zien. Zelfs van ons huis waren de deuren en de ramen kapot."

EVACUATIE

Het duurde daarna nog een tijd voor Alshaer de namen van het gezin op een evacuatielijst zag staan. Hij kreeg toestemming om vorige week donderdag Gaza te verlaten, maar één dag voor zijn vertrek sloeg het noodlot toe voor zijn familie. “Een bom doodde mijn neef en zijn twee kinderen”, zegt hij. “De ontploffing was zo zwaar dat er ook mensen zijn omgekomen die toevallig op straat passeerden. In het ziekenhuis heb ik verschrikkelijke dingen gezien. Kinderen die ledematen waren verloren, het lichaam van mijn neef was in stukken...”

De familie van Alshaer vertrok mee met zijn gezin naar Rafah. Maar omdat zij enkel de Palestijnse nationaliteit hebben, moest hij hen bij de grens achterlaten. Dat is het dubbele gevoel dat hij aan de evacuatie overhoudt. Hij is enorm opgelucht dat het is gelukt om zijn gezin in veiligheid te brengen, maar in Rafah heeft hij wel afscheid moeten nemen van zijn familieleden. “Ik ben vertrokken met een gebroken hart”, zegt Alshaer, “want ik weet niet of ik hen nog ga terugzien.”

Van de grenspost in Rafah werd hij door Buitenlandse Zaken met de bus naar Caïro gebracht. Maandag stapte hij samen met zo’n 200 andere evacués op een vliegtuig dat ’s avonds landde in Melsbroek. Hij wil graag Buitenlandse Zaken bedanken en de Belgische vrienden - Jana, An en Yasmina - die hem tijdens die beproeving geholpen hebben. Alshaer is dan wel hier, zijn hoofd zit nog in Gaza. Zijn ogen zijn rood, mentaal is hij op.

Van zijn werk heeft Alshaer de ruimte gekregen om tijd met zijn kinderen door te brengen. “Mijn zoon blijft altijd heel dicht bij ons en mijn dochter schrikt van het minste”, zegt Alshaer. “Een glas dat op de grond valt, maakt haar bang. Ik denk aan alle ouders die in Gaza vrezen voor hun kinderen. Ik hoop dat de oorlog eindigt, dat Gazanen eindelijk de kans krijgen om in vrede te leven.”

Met Yannick Verberckmoes. Ook te raadplegen via De Morgen en Humo.

Reageer