Pro-Palestijnse Holocaustoverlever: de strijd van Stephen Kapos - 'Ik ben niet dapper, ik heb niets meer te verliezen'

'Ik zie de uitgebrande wagens nog, de tanks, de dode paarden, de lichamen van mensen, munitie en helmen die overal rondslingeren, de verwoeste gebouwen, de puinbergen, overal gebroken glas... Net zoals Gaza er nu uitziet.' Stephen Kapos (88) overleefde als kind in Hongarije de Holocaust, als gepensioneerd architect in Engeland komt hij op straat voor de Palestijnen.

We hebben afgesproken in het Neighbourhood Organic Cafe in Kentish Town High Street, in het noordwesten van Londen. Stephen Kapos oogt kranig voor zijn leeftijd, maar om nu te zeggen dat hij nog in staat is om door een politiecordon te breken? Nochtans mocht hij het vorig jaar gaan uitleggen nadat hij en een hele groep prominente betogers tegen de oorlog in Gaza richting de hoofdzetel van de BBC waren gestapt, een plek waar de manifestatie geen toelating voor had. Met bloemen in de hand.

'Die moesten ons respect voor en ons verdriet om de gedode kinderen in Gaza symboliseren,' legt Kapos uit. 'Als de politie ons zou tegenhouden, zouden we de bloemen voor hun neus hebben neergelegd. Het was vreedzaam bedoeld, en dat was het ook, maar volgens de politie hebben we technisch gezien hun bevelen niet opgevolgd.'

Eén van de politiekordons 'smolt weg', aldus Kapos. 'Niet meer dan een rij agenten die hand in hand stonden. En toen we hen naderden, zijn ze gewoon opzijgestapt. Dat waren ook duidelijk de consignes die ze hadden gekregen.'

Volgens de gepensioneerde architect was het ronduit de bedoeling om hun een misdrijf aan te wrijven. Kapos is ervan overtuigd dat de Labour-regering harder optreedt tegen pro-Palestijnse protesten. Jarenlang was hij zelf actief in die partij, maar hij nam er afscheid van nadat hij bedreigd werd met tuchtmaatregelen toen huidig premier Keir Starmer jacht maakte op individuen die het antisemitisme in de partij zouden minimaliseren, een gevoelige kwestie bij de Britse sociaaldemocraten.

KERSTBOOM

HUMO U bent opgegroeid in Hongarije, dat in de Tweede Wereldoorlog een bondgenoot van Duitsland was. Bent u als kind met Jodenhaat geconfronteerd?

Stephen KAPOS Niet echt. Ik ben toen ik 6 was naar school beginnen te gaan. Het enige wat ik me realiseerde, was dat de meeste kinderen in mijn klas rooms-katholiek waren, met een paar protestanten en één of twee joodse jongens. We kregen samen les, behalve de verplichte godsdienstles. Dan kwam een priester binnen. Wie niet katholiek was, 'de anderen', moest de klas verlaten. De protestanten gingen naar hun plek, de joodse jongens naar een andere, waar we kennismaakten met de beginselen van het jodendom.

Hongarije heeft lang geaarzeld tussen de twee kampen in de oorlog. Binnen de Hongaarse elite was er een uitgesproken pro-Engelse, bijna anglofiele groep, een omvangrijker groep gaf vanwege de historische banden met Oostenrijk de voorkeur aan Duitsland. Alle goed opgeleide Hongaren - mijn ouders ook - spraken Duits. Hitler heeft admiraal Horthy, de regent van Hongarije in die jaren, weten te verleiden tot een militaire alliantie tegen de Sovjet-Unie.

HUMO Was uw familie religieus?

KAPOS Mijn grootouders wel. Mijn grootvader van vaderszijde, die ik nooit heb ontmoet, was cantor in de synagoge. Mijn opa van moederszijde, ook een heel religieus man, was landeigenaar in Transsylvanië. Mijn ouders hadden zich daar bewust van afgekeerd en waren seculier.

Behalve dat eerste jaar op school heb ik in mijn kinderjaren geen enkel religieus onderricht gehad. Ik kende zelfs de joodse feestdagen niet. Net zoals veel Hongaarse Joden vierden wij gewoon kerst. We zetten een kerstboom en maakten dezelfde gerechten als in vrijwel elk Hongaars huishouden. Oostenrijk-Hongarije had integratie en assimilatie van Joden aangemoedigd. En goed opgeleide Joden werden gezien als waardevolle krachten in die ontwikkeling. Joods klinkende familienamen werden daarom bijvoorbeeld vervangen door Hongaarse namen, opdat Joden minder herkenbaar zouden zijn in het beroepsleven. En die traditie bestond in mijn kindertijd nog steeds.

HUMO Aan het bondgenootschap met Duitsland kwam in 1944 een einde toen Horthy zijn kar leek te keren, waarop nazi-Duitsland Hongarije binnenviel.

KAPOS (knikt) In maart 1944. Adolf Eichmann vestigde daarop zijn hoofdkwartier in Boedapest en begon onmiddellijk met de deportatie van de Joden op het platteland. Tegen juni waren er al ongeveer 440.000 gedeporteerd, voornamelijk naar Auschwitz, de meesten gingen direct naar de gaskamers.

HUMO Wat gebeurde er met uw familie?

KAPOS Wij zaten nog in Boedapest. Mijn familie in Transsylvanië werd eerst naar opvangkampen gebracht, in een grote bakstenen fabriek, en vervolgens op transport naar Auschwitz gezet. Roemeense arbeiders op hun land hadden hen gewaarschuwd dat de Hongaarse autoriteiten gevaarlijker waren dan de Roemeense, die minder inschikkelijk waren voor de Duitsers. Ze boden aan om hen over de Roemeense grens te smokkelen, maar mijn familie wees dat aanbod af omdat een oudere, ernstig zieke oom de hobbelige tocht met paard en kar niet had aangekund. Ze hebben zich nooit kunnen voorstellen dat het zo gruwelijk zou aflopen, ze dachten dat het een kwestie was van de oorlog uit te zitten. Vijftien van mijn familieleden hebben het niet overleefd.

Een aantal tienermeisjes uit mijn familie was sterk genoeg om niet meteen naar de gaskamers te worden gestuurd, ze moesten kledij en bezittingen in de magazijnen sorteren. Eén nicht zag daar have en goed van haar ouders passeren, wat betekende dat zij naar de gaskamers waren gestuurd. Die nicht en andere familieleden die het hebben overleefd, zijn na de oorlog naar Transsylvanië teruggekeerd, dat opnieuw bij Roemenië hoorde. Na zijn machtsovername heeft de communistische dictator Ceaușescu geregeld dat Roemeense Joden naar Israël konden vertrekken. Ze mochten nergens anders heen, en Israël betaalde per hoofd - in feite kochten ze Joden van Roemenië. Zo heeft een tak van mijn familie zich in Haifa gevestigd.

Mijn familie van vaderszijde en zij die naar Boedapest waren gekomen, wachtte een totaal ander lot. Rudolf Kastner, een heel invloedrijke zionist, sloot een deal met de SS - rechtstreeks met Eichmann en zijn assistenten, en via hen met Himmler en andere nazileiders in Duitsland: 1.600 Joden, voornamelijk uit de hogere middenklasse, zouden via Bergen-Belsen naar Zwitserland worden gebracht en vrijgelaten, in ruil voor textiel, geld, juwelen, vrachtwagens voor het Oostfront en andere goederen. Kastner organiseerde dat allemaal. Hij richtte een speciaal opvangkamp op in Boedapest, buiten bewaakt door de SS, binnen door de Hongaarse politie. Wij zijn vrijwillig dat kamp in gegaan: mijn vader, mijn twee ooms, mijn moeder, mijn zus en ik, iedereen. Het alternatief was voor mannen veel erger: dwangarbeid in het Hongaarse leger aan het Oostfront, met een overlevingskans van 10 procent.

Beeld Aurélie Geurts. Lees verder via de website van Humo.

Reageer