Brendan Cox, de man van de vermoorde politica Jo Cox: ‘Ik had gewoon geen tijd om bij de pijn stil te blijven staan’

In juni 2016 werd het Britse parlementslid Jo Cox vermoord. De dader was geradicaliseerd door extreemrechts en viseerde haar vanwege haar inzet voor de Labourpartij: de 41-jarige Cox voerde campagne tegen de Brexit en bestreed moslimhaat. Nu verzet haar man Brendan Cox zich tegen een kritisch rapport over het Britse terreurbestrijdingsprogramma Prevent, dat te veel aandacht zou besteden aan extreemrechtse dreigingen. Een gemiste kans, vindt hij: ‘Nu námen politici het probleem eindelijk serieus.’

Vier jaar geleden werd de gerespecteerde journalist William Shawcross aangesteld om het Britse terreurbestrijdingsprogramma Prevent door te lichten, dat sinds 2011 in voege is. Nu is zijn rapport klaar, en de conclusies zijn niet mals: Prevent doet niet genoeg om islamistisch extremisme te bestrijden, en neemt vage dreigingen uit extreemrechtse hoek net te ernstig. Brendan Cox (44), die zijn vrouw verloor aan extreemrechtse terreur, is teleurgesteld.

Brendan Cox: “Met zijn rapport, dat moest dienen om ons antiterreurprogramma te versterken, dreigt Shawcross het net te ondermijnen. Het moest een onafhankelijke doorlichting worden maar de conclusies lijken door ideologie ingegeven, want Shawcross heeft zijn vooroordelen tegen de islam nooit onder stoelen of banken gestoken: zo keurde hij waterboarding in Guantanamo Bay goed en waarschuwde hij voor wat hij ‘islamfascisme’ noemde. Tegenstanders van Prevent zullen zijn aanbevelingen dan weer aangrijpen om het programma aan te klagen: ‘Zie je wel, het ging er altijd al om de moslims te viseren!’ Kortom, het is een gemiste kans.”

Klopt het dan niet dat extreemrechts radicalisme, in verhouding tot de radicale islam, tegenwoordig veel meer aandacht krijgt dan vroeger?

“Er was een periode dat de focus op religieus geïnspireerd radicalisme vele malen groter was, ja. Extreemrechts werd toen als een marginaal fenomeen beschouwd. Maar die simplistische houding is veranderd na enkele extreemrechts gemotiveerde aanslagen op verschillende plaatsen in de wereld, zoals de gruwelijke moord op moslimgelovigen in Christchurch in Nieuw-Zeeland. Toen zijn politici het gevaar echt serieus beginnen te nemen, en vandaag zijn ze nog steeds alert.

“Precies daarom slaat Shawcross met zijn kritiek de bal zo mis. Oké, islamistisch geïnspireerd terrorisme is vandaag wellicht de grootste dreiging. Maar dat wil niet zeggen dat we alle andere vormen moeten negeren. In het verleden hadden politici de neiging om terrorisme vooral te linken aan mensen die er anders uitzagen: dat was makkelijk, maar al te zwart-wit. Nu wordt terrorisme in zijn diverse verschijningsvormen erkend, ongeacht de motivatie: extreemrechtse ideeën, complotdenken, het haatdiscours van de incels (involuntary celibates, een internetsubcultuur van vaak rancuneuze, vrouwenhatende vrijgezellen, red.) of het radicaal islamistische gedachtegoed. En dat is een goede zaak, want wie weet uit welke hoek de grootste dreiging over vijf jaar komt, of over tien jaar.”

De moordenaar van uw vrouw was een aanhanger van de extreemrechtse partij Britain First en een neonazi. Wat drijft zo iemand?

“Dat is een ingewikkelde kwestie, maar in de kern zijn de drijfveren van terroristen altijd dezelfde, of ze nu extreemrechtse of islamistische sympathieën koesteren: haat en een gebrek aan empathie voor anderen. Het is dan ook zaak om álle vormen van terreur gelijk te benaderen.”

Het lijkt alsof al die radicale stemmen in de samenleving elkaar in stand houden.

“Je ziet inderdaad dat extreemrechtse en islamistisch geïnspireerde radicalen elkaars aanvallen gebruiken om te polariseren en verdeeldheid te zaaien. Jammer genoeg gebeurt dat ook in de bredere samenleving, want ook politici gebruiken terreuraanvallen om mensen bang te maken en aan de macht te komen. Zo heeft de angst voor islamistisch extremisme ongetwijfeld tot de overwinning van Donald Trump in de Verenigde Staten geleid. Ook Viktor Orbán in Hongarije en Rassemblement National in Frankrijk (het vroegere Front National, red.) spinnen er goed garen bij. In het Verenigd Koninkrijk hebben we soortgelijke mechanismen gevoeld rond de brexit: dat was een gevaarlijke periode.”

De doorlichting van het Prevent-programma had tot doel de werking ervan te verbeteren. Wat houdt een goede terreurbestrijdingsstrategie volgens u in?

“De vraag is hoe we het gevaar zoveel mogelijk kunnen indijken en tegelijk de impact op onze samenleving kunnen verkleinen. We moeten vooral duidelijk maken dat terroristen ons niet kunnen verslaan door aanslagen te plegen. Onze reactie is telkens cruciaal: vergroten we de polarisering of proberen we net meer samen te werken en de harmonie tussen burgers te versterken? Terroristen willen een wig tussen ons drijven en dat mogen we nooit laten gebeuren.”

Uw vrouw was bijzonder geëngageerd, net als u. Schiep dat een band?

“Toen ik Jo leerde kennen werkte ik voor de ngo Save the Children, en zij voor Oxfam. Daarna is zij parlementslid geworden en hielp ik haar met het voorbereiden van haar toespraken en lezingen. We streden samen voor een rechtvaardige wereld voor iedereen. Na de moord op mijn vrouw ben ik op hetzelfde elan doorgegaan. Ik wil dat onze twee kinderen in liefde opgroeien en ik wil blijven vechten tegen de haat die verantwoordelijk is voor haar dood. Zo zou Jo het ook gewild hebben.”

Wat herinnert u zich van de periode na de moord?

“Het was een shock, maar ik had geen keuze: ik had een verantwoordelijkheid tegenover onze kinderen, ik moest sterk blijven en voortzetten wat Jo en ik waren begonnen. Dus ploeterde ik door, ondanks de pijn: er was gewoon geen tijd om stil te blijven staan.”

Hoe denkt u over de moordenaar van uw vrouw?

“Ik denk niet aan hem. Hij is een zielige figuur, eenzaam en verdrietig. Als hij Jo om hulp had gevraagd, had ze hem die gegeven. Hij voelde zich leeg, en de haat nam de overhand. Ik heb medelijden met hem.”

Zou u met hem in dialoog kunnen gaan?

“Ik wil niet met hem praten. Ik heb daar geen behoefte aan.”

Gaan we sindsdien beter met terrorisme om?

“Dat denk ik wel. Zo is het zeker een stap in de goede richting dat de media tegenwoordig minder aandacht schenken aan terroristen, door hen bijvoorbeeld niet meer op de voorpagina te publiceren. Het publiek is ook kritischer geworden: steeds meer mensen beseffen dat terroristen niet dé islam vertegenwoordigen.”

U lijkt ondanks alles wel hoopvol.

“Ik ben heel optimistisch. Dat is ooit anders geweest, maar het komt niet uit het niets: als je objectief naar de feiten kijkt, kun je alleen maar vaststellen dat er de afgelopen eeuw véél progressie is geweest. Vrouwen, homo’s en etnische minderheden hebben het nu beter dan vroeger. Er is zeker nog werk aan de winkel, vooral omdat die verworven rechten en onze liberale democratie nu onder druk staan. Maar we staan aan de winnende kant, de tegenpartij verliest het debat.”

Ook te raadplegen via Humo en De Morgen.

Reageer