'Ik werkte voor de Staatsveiligheid'

In een exclusief gesprek met deze krant vertelt Montasser AlDe'emeh dat hij voor de Belgische Staatsveiligheid heeft gewerkt. 'Een noodkreet', zegt hij. 'Ik wil dat zowel onze politici als de moslimgemeenschap eindelijk hun verantwoordelijkheid nemen.'

"Ik kan het niet meer", zegt Montasser AlDe'emeh. "Ik kan geen foto's van dode kinderen meer zien, ik wil niet wachten op de volgende aanslag. Ik wil nu een noodkreet slaken. Ik wil onze politici oproepen om te stoppen met de sloganpolitiek, om de banden tussen de gemeenschappen aan te halen. De tweedracht dreigt alleen maar groter te worden en dat moeten we voorkomen.

Daarom wil ik ook de moslims op hun verantwoordelijkheid wijzen: zij moeten betere ambassadeurs zijn van hun eigen geloof. En ik wil een positief signaal geven, door hier te verklaren dat ik voor de Staatsveiligheid heb gewerkt."

De 27-jarige AlDe'emeh, onderzoeker aan de Radboud Universiteit Nijmegen, co-auteur van De Jihadkaravaan en Mijn verlossing van het kwaad, is momenteel met vakantie in het Canadese Toronto. Dit interview gebeurde telefonisch, in twee lange etappes. De eerste na een emotionele oproep op vrijdagavond, de tweede in alle rust op zondagmiddag. AlDe'emeh heeft naar eigen zeggen goed nagedacht over de implicaties van wat hij hier verklaart. En de interviewer heeft voldoende bewijsmateriaal te zien gekregen om aan te nemen dat AlDe'emeh de waarheid spreekt over zijn werk voor de inlichtingendiensten.

Hoe kwam u bij de Staatsveiligheid terecht?

AlDe'emeh: "Ik had meer dan vier jaar geleden, toen ik mijn masterdiploma behaalde, al eens een e-mail gestuurd met de vraag of ik voor de Staatsveiligheid kon werken. Daar heb ik toen geen antwoord op gekregen. Toen ik in 2014 voor mijn doctoraat naar Syrië was gegaan, om daar te praten met Vlaamse strijders van Al-Nusra in Syrië, kreeg ik wel een brief, met de vraag om eens te komen praten. Daar ben ik toen op ingegaan."

Was u niet bang dat u zichzelf in gevaar zou brengen?

"Nee. Ik vind het een eer om mijn land te mogen dienen en beschermen. Ik ben enorm gehecht aan België, ook omdat ik hier alle kansen heb gekregen. Het leek mij ook beter om met de Staatsveiligheid samen te werken. Zij waren natuurlijk sowieso geïnteresseerd in mijn contacten en mijn documentatie. Als ik mij niet spontaan had aangeboden, hadden ze mij dagelijks moeten opvolgen en gsm en laptop moeten hacken, dat zou veel ingewikkelder geweest zijn."

Wat hebt u precies voor hen gedaan?

"Over de precieze werking wil ik niets prijsgeven, dat zal ik nooit doen. Maar ik had bijna wekelijks een afspraak met collega's van de Staatsveiligheid. Samen overliepen we dan een lijst met namen, en probeerde ik mee in te schatten wie gevaarlijk was en wie niet. Ik had het bijkomende voordeel dat ik toegang had tot plaatsen en kringen van ronselaars en IS-sympathisanten waar de Staatsveiligheid moeilijk bij kon. Ik heb anderhalf jaar als het ware met de voeten van IS-strijders gespeeld. Door te doen alsof ik een klein beetje empathie met hen had. Via mij stonden ze in direct contact met de Staatsveiligheid."

Doet de Staatsveiligheid goed werk, vindt u?

"Ik kan u zeggen dat de mensen op het terrein fantastisch werk leveren. Alleen hebben ze veel te weinig middelen. Er zijn honderden jongeren die ze in de gaten zouden moeten houden, maar omdat ze daar de mensen niet voor hebben, stellen ze prioriteiten. Terwijl ze iedereen zouden moeten kunnen volgen, om aanslagen te voorkomen."

Worden er aanslagen verijdeld en voorkomen?

"Zeker. Er worden meer netwerken opgerold dan het publiek te weten komt. Omdat men geen paniek wil zaaien. Maar vandaag is de situatie bijzonder gevaarlijk: de radicale jongeren die niet voldoende worden opgevolgd, kunnen razendsnel gewelddadig worden. De stap naar geweld duurt jaren, soms is het een kwestie van weken. Ik hou mijn hart vast voor nieuwe aanslagen. Wat daarom ook moet verbeteren, is de samenwerking tussen veiligheids- en inlichtingendiensten onderling. Dat loopt absoluut nog niet goed."

Sinds wanneer werkt u niet meer voor de Staatsveiligheid?

"Toen ik in januari werd opgepakt voor ondervraging (AlDe'emeh wordt ervan verdacht een vals deradicaliseringsattest te hebben uitgereikt, JDC), ging het er nogal ruw aan toe. Er stonden meer dan tien gewapende agenten voor mijn deur. Ik werd geboeid weggevoerd, als een zware misdadiger, en vloog in het cachot. Dat was zeer vernederend. Toen heb ik tegen de politie en de onderzoeksrechter gezegd dat ik voor de Staatsveiligheid werkte. Dat had ik niet mogen doen. Dat was een zware periode voor mij."

Heeft men u toen opzijgezet?

"Sindsdien heeft de Staatsveiligheid afstand genomen. Sinds de aanslagen op 22 maart in Brussel hebben we weer contact, maar ik werk niet meer voor hen."

Werd u daarvoor betaald?

"Ik heb lange tijd het geld van de Staatsveiligheid geweigerd. Ik deed het voor mijn land, niet voor het geld."

Pleit u nog altijd onschuldig in die zaak van schriftvervalsing?

"Ik ga over de zaak niets zeggen zolang het onderzoek loopt. Ik wil u wel zeggen dat ik gerust ben in de goede afloop. Ik ben onschuldig tot het tegendeel bewezen wordt, niet? Maar toch werd ik in de pers verdacht gemaakt. Wat ik toen allemaal heb moeten lezen: men schreef en insinueerde dat ik een soort paard van Troje was, men vond het verdacht dat ik die jihadisten niet altijd zwaar veroordeelde op sociale media. Maar er was een reden waarom ik dat niet deed. Ik was geen paard van Troje onder de Belgen, ik was een paard van Troje bij de radicale jihadisten."

U moest hun vertrouwen behouden?

"Natuurlijk. Voor de Staatsveiligheid was het net goed als ik mijzelf verdacht maakte in de ogen van de goegemeente. Ik moest nauw in contact blijven met geradicaliseerde jongeren, zogenaamde Syrië-strijders en teruggekeerde strijders. Vandaag wil ik dat niet meer. Ik ben de verdachtmakingen beu. Ik wil niets meer te maken hebben met mensen die bij IS geweest zijn. Ik wil ze ook niet meer begeleiden. Ik praat in Brusselse scholen vaak met jongeren die dreigen te radicaliseren. Dat is belangrijk en zinvol werk. Maar als ze vertrokken zijn, houdt het voor mij op."

Waarom?

"Omdat ze te ver heen zijn. Dat is iets wat mensen nog niet goed begrijpen. De impact van die IS-ideologie is enorm. De meeste mensen vragen zich af waarom die jongeren onze maatschappij verwerpen, maar het is veel erger dan dat: ze verwerpen hun eigen ouders. Ik heb een gesprek bijgewoond tussen een moeder en haar radicale zoon. Die jongen riep tegen zijn eigen moeder dat ze afvallig is. En zo zijn er steeds meer jongeren. Moeders bellen mij regelmatig, op de rand van een zenuwinzinking. Daarom is het dramatisch dat onze politici zo onbekwaam zijn. Ze begrijpen de ernst van het probleem niet eens, hoe zouden ze het kunnen oplossen?"

Wat moeten ze doen?

"Een beroep doen op mensen die nog wél tot die jongeren kunnen doordringen. Daarin investeren. Ik heb daar al vaker voor gepleit, maar geen enkele politicus neemt mijn vraag blijkbaar ernstig. Alleen Koen Geens (CD&V-minister van Justitie, JDC) is de laatste tijd steeds bereid om naar mijn verhaal te luisteren. Tegen hem heb ik ook gezegd dat ik voor de Staatsveiligheid werk."

Wie weet dat verder nog?

"Tot vandaag? Niemand. Mijn ouders niet, mijn vrienden niet, niemand. Ook dat werd te zwaar voor mij. Ik heb een dubbelleven geleid. Dat heeft mij zelfs mijn relatie gekost."

Het blijft verbazend dat u er nu mee naar buiten komt. Officieel zal niemand uw verhaal willen bevestigen. Wat hebt u erbij te winnen?

"Ik misschien niets, maar ik wil de mensen laten zien dat ze niet alle moslims moeten wantrouwen. Ik wil tegen Filip Dewinter en andere extreemrechtse politici zeggen dat ze verdorie worden beschermd door moslims die voor de inlichtingendiensten werken. Niet alleen door mij, maar misschien evengoed door hun islamitische buurman. Ik wil het wantrouwen tussen de gemeenschappen doorbreken. En tegen de moslims wil ik zeggen: de Staatsveiligheid is er ook voor jullie. Er zijn in Zaventem en in Maalbeek ook moslims omgekomen."

U bent zeer streng voor veel moslims in dit land. Op knack.be schreef u al verschillende open brieven waarin u hen hypocrisie verwijt. En op Twitter schreef u dit weekend zelfs: 'Ik begrijp de islamofobie wel. Er zijn nu eenmaal te veel debielen onder de moslims. Zéker in België.' Vanwaar die hatelijke taal?

"Ik vind dat moslims de islamofobie ook aan zichzelf te danken hebben. Ik wil streng en rechtvaardig zijn voor iedereen. Iedere moslim moet een ambassadeur zijn voor zijn eigen gemeenschap. Maar te weinig mensen doen dat goed. Na de aanslagen in Nice heeft Dyab Abou Jahjah weer provocerende tweets verstuurd. Op Facebook las ik berichten van moslims die grapjes maakten over de aanslag in Nice. Zo schreef iemand dat die dader in zijn vrachtwagen waarschijnlijk Pikachu wilde pakken (een verwijzing naar het Pokémon-spel, JDC). Dat is toch ongelofelijk. En de staatsgreep in Turkije heeft voor mij helemaal de deur dichtgedaan."

Hoe bedoelt u?

"Na de mislukte staatsgreep kwamen in België duizenden Turken op straat om Erdogan te steunen. In Beringen waren er zelfs spanningen tussen Turken onderling, las ik hier op sociale media. De sfeer zou er grimmig zijn. Dat wijst erop dat de Belgische Turken meer affiniteit voelen met Istanbul dan met Brussel. Als er in Istanbul iets gebeurt, komen ze op straat. Na de aanslag in Brussel kwamen ze niet op straat. Terwijl België het land is waar ze zijn opgegroeid. Ik zeg: wees dan niet verbaasd als veel Belgen een afkeer van je krijgen."

Gaat u het vertrouwen van de moslims nu niet helemaal verliezen, nu u hebt bekend dat u voor de Staatsveiligheid hebt gewerkt?

"Dat zou het probleem nog maar eens aantonen. Als moslims mij voortaan wantrouwen omdat ik voor de Staatsveiligheid heb gewerkt, wil dat zeggen dat ze de Staatsveiligheid als een vreemd lichaam beschouwen. Terwijl het ook hún staat is, hún veiligheid."

Wat nu? Wat zijn de plannen?

"De dag dat dit interview verschijnt is de eerste dag van de rest van mijn leven. Dit gesprek was niet gemakkelijk voor mij. Ik ga nu eerst de reacties afwachten. Gaat men mij in België nu omarmen of verketteren? Krijg ik de kans om mee te werken aan een betere verstandhouding tussen de gemeenschappen? (lacht) Of kan ik ineens beter politiek asiel aanvragen hier in Canada, en nooit meer terugkomen?"

Wat zou u het liefste doen als u terugkomt?

"Ik zou graag met allochtone jongeren werken. Een netwerk uitbouwen van honderden jongeren die op een positieve manier in de samenleving staan. Jongeren die de islam op een juiste manier kunnen verzoenen met de Belgische waarden. Dat is mogelijk, ik geloof daarin. Maar ik zou steun moeten hebben van het beleid. Mag ik eens een oproep doen aan minister Geens, om daar eens grondig over te praten? Of moet ik ineens een oproep doen aan de koning? Ik wil een bruggenbouwer zijn, maar ik weet op den duur niet meer bij wie ik daarvoor nog moet aankloppen."

De Morgen,
Ma. 18 Jul. 2016, Pagina 20
Door Joël De Ceulaer

Reageer