De politie heeft hem in een hoek geduwd, tot hij geen andere uitweg zag

Ondanks alles is ze trots, zegt ze. 'Ik ben ervan overtuigd dat hij de mensen daar geholpen heeft.' Haar zoon Nourredine stierf twee jaar geleden terwijl hij in Syrië bij Al-Nusra streed, en werd op het Sharia4Belgium-proces alsnog tot vijftien jaar cel veroordeeld. Jihad-onderzoeker Montasser AlDe'emeh sprak met Fatiha, de moeder van een Syriëstrijder. 'Ik heb nog altijd spijt dat ik hem die laatste keer niet langer heb omhelsd.'

'Ik hou van jou. Ik mis jou. Waar is abi? Waar is abi? Bij Allah, bij Allah, abi is in Jannah, abi is in Jannah. ' (Waar is mijn vader? Waar is mijn vader? Bij God, bij God, mijn vader is in het paradijs, mijn vader is in het paradijs.) De opname die Fatiha op haar gsm afspeelt, houdt abrupt op. Het is de enige manier om de stem van haar kleinzoon Mujahid (3) nog te horen. Mujahid woont nu met zijn moeder in Syrië. Hij is de oudste zoon van haar zoon Nourredine Abouallal, onder strijdmakkers bekend als Abu Mujahid, die op 22 juli 2013 doodgeschoten werd in Khan al-Asal, even buiten Aleppo. Hij vocht er bij Al-Nusra, de Syrische afdeling van Al-Qaeda. In België had Abouallal een verleden bij Sharia4Belgium. Hij was er een van de leidende figuren, en fungeerde een tijdje als woordvoerder. Hoewel hij op dat moment al dood was, kreeg hij op het proces tegen Sharia4Belgium in februari 2015 een celstraf van vijftien jaar.

Fatiha wil haar familienaam niet in de pers. Ze vertelt dat ze lang getwijfeld heeft om haar verhaal te doen. 'Mijn broers en zussen vinden dat het toch niets uithaalt. Ze zijn bang dat ik mijn situatie alleen maar erger maak. Dat de politie me na dit interview nooit meer met rust zal laten.' Ze wilde ons niet thuis ontvangen, omdat ze het gevoel heeft dat ze voortdurend gevolgd wordt en dat haar huis vol camera's en afluisterapparatuur hangt. Uiteindelijk deed ze toch haar verhaal.

Eind december 2012, twee dagen na het Offerfeest, zag ze haar zoon voor het laatst. 'Hij kwam onverwachts op bezoek, samen met zijn vrouw Tatiana en zijn zus Bouchra. We hebben samen koffie gedronken, en toen zijn ze weer weggegaan. Ze zeiden dat ze bij vrienden uitgenodigd waren, maar dat ze de dag erna nog eens zouden langskomen. Net voor hij wegging, pakte hij me nog eens goed vast. Het is de laatste keer dat ik mijn zoon heb omhelsd. Ik heb nog altijd spijt dat ik hem niet langer heb vastgehouden.'

Enkele dagen later belde Nourredine haar op, met een buitenlands nummer. Hij beweerde dat hij naar Egypte was getrokken om er Koranstudies te volgen. Dat hij er niets over wilde zeggen, omdat hij vastbesloten was en hij zijn moeder de discussie wilde besparen. Dat zijn moeder trots moest zijn omdat haar zoon islam ging studeren. Fatiha vertrouwde het niet: 'Hij bleek te bellen met een Turks nummer.' Twee weken gingen voorbij zonder verder bericht, tot Nourredine opnieuw belde, met een ander buitenlands nummer. 'Hij vertelde dat Tatiana en Bouchra hem zouden volgen. Ik heb hem gezegd dat daar niets van in huis kwam.' Toch kreeg Nourredine al gauw gelijk. Begin juli 2013 volgden ook Tatiana en Bouchra. 'Ze zagen geen andere oplossing. Ze kregen geen steun meer van het OCMW omdat hun beide mannen in Syrië zaten. Voor de Belgische overheid waren zij terreurverdachten. Ze hebben het vliegtuig naar Turkije genomen.'

Toen ze de landcode van Nourredines nummer nadien op het internet opzocht, stortte Fatiha's wereld in. Haar zoon belde vanuit Syrië. 'Ik ben in huilen uitgebarsten. Ik denk dat iedereen allang wist waar hij zat, maar ik had het niet door. Nourredine was een van de eerste Belgische jongeren die naar Syrië vertrokken. Ik had er geen idee van dat er zoiets als een Syriëstrijder bestond. Ik snap niet dat mensen denken dat ik mijn zoon steunde om naar Syrië te trekken. Welke moeder wil in godsnaam dat haar kind naar een land in oorlog gaat? Als ik op voorhand had geweten dat hij naar Syrië zou trekken, had ik me er uit alle macht tegen verzet. Hij heeft niets achtergelaten, niets. Zelfs geen afscheidsbrief.'

Ook Saïd El Morabit, een goede vriend van Nourredine en de echtgenoot van zijn zus Bouchra, verdween enkele dagen na hem zonder een spoor achter te laten. Hij sloot zich eerst aan bij Majlis Shura Al-Mujahidin, een jihadistische militie die zich later bij de IS voegde. In maart 2014 sneuvelde hij in de buurt van Al-Hasakah, een stad in het noordoosten van Syrië. Zijn vrouw Bouchra was op dat moment al teruggekeerd naar België. Ze vernam zijn dood toen ze de foto van zijn lijk op Facebook zag. Toch kreeg ook El Morabit op het Sharia4Belgiumproces een celstraf van vijf jaar.

Hoe is het ooit zover kunnen komen? Vijf jaar geleden verschilden de Abouallals in weinig van het gemiddelde Vlaamse gezin. Moeder Fatiha woonde in een huurhuis in Borgerhout, nadat ze gescheiden was van haar eerste man. Nourredine werkte als barman in de Antwerpse discotheek Noxx. Hij ging veel uit, hield van dure merkschoenen en had veel vriendinnetjes. 'Daar was ik niet trots op', zegt Fatiha. 'Ik heb hem verschillende keren op de vingers getikt dat hij zich moest herpakken. Dat hij moest stoppen met zoveel meisjesharten te breken. Dat ik anders niets meer met hem te maken wilde hebben.' Ook Nourredines zus Bouchra was allesbehalve strenggelovig. Ze droeg een hoofddoek, maar was niet echt praktiserend. Ook Bouchra ging zonder merkschoenen de deur niet uit.

Om haar zoon op het rechte pad te krijgen, stelde Fatiha hem voor aan Tatiana Wielandt, de beste vriendin van haar dochter Bouchra. Tatiana is een Vlaamse die zich op haar dertiende tot de islam bekeerde. 'Ik heb hem aangeraden om met haar te trouwen, ik zag dat het klikte. Hij heeft haar via sms ten huwelijk gevraagd.' Na zijn huwelijk ging Nourredine aan de slag bij een koerierbedrijf. Hij verhuisde met Tatiana naar een appartement in de buurt, maar ging nog vaak langs bij zijn moeder. Zus Bouchra trouwde in 2011 met Saïd El Morabit, een goede vriend van Nourredine. Ze woonden eerst in bij Fatiha, maar verhuisden kort na hun huwelijk.

In 2010 begon Nourredine zich in zijn geloof te verdiepen. Hij ging naar religieuze lezingen en begon geregeld de Koepelmoskee in Borgerhout te bezoeken, waar de bekende bekeerling Sulayman Van Ael het vrijdaggebed uitsprak. Toen hij in contact kwam met het nog onbekende Sharia4Belgium verloor hij zijn interesse in de moskee en radicaliseerde hij snel. Fatiha: 'Hij had het gevoel dat Sharia4Belgium opkwam voor de rechten van moslims. Het was de enige vereniging die naar jongeren luisterde. Op school of in de moskee was er geen aandacht voor hun problemen. Bij Sharia4Belgium konden ze zichzelf zijn.'

Dat haar zoon zich met de groepering van Fouad Belkacem inliet, vond Fatiha toen maar niets. 'We hadden er geregeld ruzie over. Ik had het niet voor die video's die ze op het internet zetten.' Toch wil ze vandaag geen onvertogen woord over Belkacem gezegd hebben. 'Fouad was een volledig normale jongen, helemaal anders dan het beeld dat veel media van hem ophangen. Ik had de indruk dat hij een goede invloed had op mijn zoon. Belkacem benadrukte altijd dat Nourredine mij moest respecteren, en dat hij zijn vrouw niet mocht dwingen om een khimar of een nikab te dragen. Ik keur niet goed wat hij in die video's vertelt, maar ik begrijp wel dat hij met heel wat opgekropte woede zat. Ik snap niet dat Sharia4Belgium zo hard werd aangepakt. Per slot van rekening hebben ze alleen hun mening verkondigd.'

Tijdens Nourredines verblijf in Syrië onderhield Fatiha dagelijks contact met haar zoon. 'Telkens als hij me belde, smeekte ik hem om terug te keren. Ik zei hem dat alles goed zou komen, dat hij niets verkeerds had gedaan, en dat een advocaat hem zou kunnen helpen. Hij weigerde elke keer. Hij zei dat hij in België nooit aanvaard zou worden, dat de Vlamingen hem als een gevaar zagen.' Zijn verhalen waren hartverscheurend, vindt Fatiha. 'Hij vertelde dat hij een achtjarig meisje had moeten begraven dat omgekomen was bij een bombardement. "Ze had geen hoofd meer", huilde hij. Hij vertelde dat de lijken op straat lagen te rotten. Samen met enkele vrienden begroef hij de lichamen, en bekommerde hij zich om de kinderen van wie de ouders gesneuveld waren. Ik ben trots op mijn zoon. Ik ben ervan overtuigd dat hij daar mensen heeft geholpen.'

Dat Nourredine vertrokken is, wijt Fatiha aan de verkrampte aanpak van de Belgische overheid. 'De politie heeft mijn zoon slecht behandeld. Verscheidene keren hebben ze hem zonder enige reden opgepakt, en hij heeft geregeld een nacht in de cel moeten doorbrengen. Hij is ook eens gearresteerd op een geboortefeest, zogezegd als deel van een terrorismeonderzoek. Hij mocht niemand bellen en had geen recht op een advocaat. Een misverstand, zei de politie dan. Wel, ik ben ervan overtuigd dat mijn zoon géén terrorist was. De politie heeft hem in een hoek geduwd, tot hij geen andere uitweg zag dan naar Syrië te vertrekken. Er is geen enkel bewijs dat hij ooit een wapen heeft gebruikt, en toch is hij veroordeeld tot een gevangenisstraf en een boete.'

Een dag na zijn dood stond de politie aan de deur. Ze wilde informatie vergaren voor het onderzoek. '"Ik weet zelf ook niets", heb ik ze toegeschreeuwd, maar ze wilden niet luisteren. "Waarom heeft hij een baard?" vroegen ze. Ze hebben me niet eens gecondoleerd met de dood van mijn zoon. Zijn jongere broer werd aangepakt omdat hij op Facebook een foto van Nourredine had gedeeld. Dat is toch schandalig? Snappen ze dan niet dat Nourredine ondanks alles nog altijd zijn broer is? Sinds zijn dood is mijn hele familie verdacht. Ik kreeg ook kritiek, omdat ik vaak bezoek kreeg van vrouwen met een hoofddoek. Dat is toch absurd? Waarom zou dat niet mogen? Ik heb contact met moeders van Syriëgangers, ja. We praten veel met elkaar, omdat we geen geld hebben voor psychologische bijstand. De overheid laat ons volledig aan ons lot over, terwijl wij ook slachtoffers zijn.'

Kort na Nourredines dood keerden Tatiana en Bouchra terug uit Syrië. Bouchra, op dat moment zwanger van haar tweede kind, was zwaargewond geraakt toen er in hun straat een bom insloeg. Een hoogzwangere vrouw uit Borgerhout was op slag dood, Bouchra werd door de explosie tegen de muur geslingerd. Haar rechterschouder was zwaar geraakt, en ze liep ernstige hoofdwonden op. 'Het was moeilijk om een dokter te vinden die haar wilde behandelen. Toen we naar een schouderspecialist in een Brussels ziekenhuis verwezen werden, weigerde de arts haar te behandelen omdat ze in Syrië was geweest.'

Tatiana en Bouchra hebben er alles aan gedaan om hun leven in België weer op te pikken, verzekert Fatiha. 'Tatiana heeft zich via het OCMW ingeschreven om een opleiding tot kinderverzorgster te volgen, Bouchra wilde haartooi doen. Mijn man en ik hebben hen onderdak gegeven en hun studies betaald.' Toch viel het hen moeilijk om hier opnieuw te aarden. Ze mochten geen traditionele kledij meer dragen, en moesten de namen van hun kinderen veranderen omdat ze naar de jihad zouden verwijzen. 'Zoiets kost 250 euro per letter, dat kunnen zij nooit betalen.' Bovendien moest Tatiana ook de boete betalen die de rechtbank na het Sharia4Belgiumproces aan haar man had opgelegd. 'Hoe kan zij ooit 30.000 euro betalen?'

De overheid heeft geen enkele keer medeleven met ons getoond, zegt Fatiha. 'Niemand heeft ooit gevraagd wat hen uiteindelijk zo ver gedreven heeft om naar Syrië te vertrekken. Het enige wat de Belgische overheid onmiddellijk gedaan heeft, is de kinderbijslag stopzetten. Zelfs ik krijg al tien maanden geen kindergeld meer voor mijn andere kinderen, terwijl ik er niets mee te maken heb. De politie zoekt vanachter haar computers naar mannen met lange baarden, maar ze laat ze allemaal vertrekken. Ik ken veel moeders die hun eigen kinderen zijn gaan aangeven omdat ze dachten dat ze naar Syrië zouden gaan. En tóch konden ze vertrekken. Omdat het de politie eigenlijk niet interesseert dat er moslimjongeren verdwijnen.'

'Drie dagen voor de ramadan viel een zestal politiemannen bij ons binnen. Ze hadden geen enkel bewijs of arrestatiebevel, maar ze hebben Tatiana, Bouchra en mijn man gearresteerd. Ze gingen heel hardhandig te werk. Een van hen spuwde in mijn gezicht, en schreeuwde dat hij een hekel heeft aan moslims. Ze noemden mij een moordenaar, zeiden dat het bloed van mijn zoon aan mijn handen kleeft. Bouchra mocht haar hoofddoek niet aandoen. Een politieagent duwde haar tegen de muur en beet haar toe dat ze zonder hoofddoek "best een lekker ding" was. Ik dreigde een advocaat te bellen, maar kreeg te horen dat wij "als familie van terroristen" geen rechten hebben. Ze namen onze laptops, gsm's en simkaarten in beslag. Ze wilden ons per se handboeien omdoen, ook al gingen we vrijwillig mee. Alsof wij een gevaar waren voor de samenleving. Zelfs Bouchra, die geen schouder meer heeft en haar arm amper kan draaien, moesten ze absoluut in de boeien slaan. Het gekrijs van mijn dochter bezorgt me nog altijd koude rillingen.'

De inval was voor Tatiana en Bouchra de druppel, denkt Fatiha. Ze zijn enkele weken geleden opnieuw naar Syrië getrokken, samen met Fatiha's kleinkinderen. 'Ze hebben de auto genomen en zijn naar Turkije gereden. Ik heb de politie op de hoogte gebracht, maar ze wilden hen gewoon niet tegenhouden.' Ze probeert contact te houden. 'Ze zijn ondertussen hertrouwd. Ze zeggen dat ze er een normaal leven leiden. Ze sturen me foto's waarop ik mijn kleinkinderen zie lachen - dat heb ik hier al die tijd niet meer gezien. Ik heb er vrede mee dat ze teruggekeerd zijn. Ze zijn daar verlost van alle miserie die ze hier meemaakten. Ik hoop dat de oorlog er snel stopt, en ik hen daar kan bezoeken. Mijn kleinkinderen betekenen alles voor me.'

Ze voelt zich door de overheid in de steek gelaten. 'De politie bekommert zich niet om ons. Ik ben hier geboren en getogen. Mijn grootvader en mijn vader hebben hier hun hele leven gewerkt, en toch worden we nog altijd niet aanvaard als gelijkwaardige burgers.' Fatiha is ervan overtuigd dat er nog veel jongeren zullen vertrekken. 'Zolang we hier niet correct behandeld worden, zullen er moslims naar Syrië blijven gaan.' Ze verwacht niets meer van België, zegt ze. 'Ik hoef geen hulp of ondersteuning. Ik werk voor mijn geld, ik kom rond. Ik wil dat men mij met rust laat.'

Knack

Reageer